Osnova témat

  • Téma 0

  • Téma 1

  • Téma 2

  • Téma 3

  • Téma 4

  • Téma 5

  • Téma 6

  • Sara Burgerhart + Verlichting

  • Sentimentele, huiselijke en nationalistische poëzie

    • Lees de gedichten van Rhijvis Feith: Het kasteel in het Zwartdal en Alrik en Aspasia. Beschrijf de metrum en de rijmschema van deze gedichten en vat kort het verhaal samen. 

    • Lees de volgende gedichten: Aan mijn gade, Aan een gevallen meisje, Huiselijk genoegen, Winteravondliedje, Kindermoord, Het vredefeest van 1814..., Volkslied, De algemene bededag. Kies twee gedichten en interpreteer ze aan de hand van de informatie in het nawoord. Bespreek zo veel onderwerpen mogelijk en citeer. Waar in de gedichten zie je bepaalde stellingen van mvr. Krol terug? 

      Lees ook het hele nawoord. 
      Vragen bij het nawoord:

      Over welke stroming in poëzie is er op p. 159 sprake in de tweede alinea, beginnend met "Toen was de achtergrond" tot "verheven onderwerpen"?

      P. 160: Met welke twee andere soorten poëzie wordt de huiselijke poëzie gecontrasteerd? 

      p. 163: Geef aan welke elementen de geluksfilosofie van de 18e eeuw karakteriseren.

      Wat voor een verband is er tussen huiselijkheid en nationalisme? 

      p. 165: Aan de hand van de gedichten van Feith die jullie gelezen hebben, vinden jullie dat Feith zijn eigen poëticale advies serieus neemt? (ik verwijs naar de citaat uit zijn verhandeling in de tweede alinea op deze pagina).

      p. 166: Wat komen wij te weten over huiselijke poëzie uit de vergelijking tussen schilderkunst en poëzie? 

      p. 168: Wat zegt mvr. Krol over Rhijvis Feith? 

  • Romantisme + Vlaamse beweging

  • Realistische proza en geëngageerde literatuur

    • 1. Lees de primaire bronnen: Fabriekskinderen en de gedichten van Nicolaas Beets.

      2. Lees de artikel van Marita Mathijsen. Besteed daarbij vooral aandacht aan de receptie van Fabriekskinderen in de kritiek. Met welke argumenten ondersteunen de critici hun beoordeling van Fabriekskinderen? Wat was toen de functie van literatuur?

      3. Door middel van het lezen van deze bronnen wil ik jullie aan het denken zetten over twee belangrijke literaire termen: autonomie en engagement. De termen worden in het artikel van Mathijsen niet gebruikt maar er wordt naar hen wel verwezen in de volgende zinnen: „Wie zich oriënteert op de functie van literatuur in deze jaren weet dat de moraal van het verhaal (engagement) belangrijker gevonden werd dan de esthetica (autonomie) van het verhaal.“

      „Literatuur is in de negentiende eeuw geen vrijblijvend tijdverdrijf is, geen opsluiting in een ivoren toren, geen individueel murmelen of verlustiging in de eigen geest.“ (autonomie)

      „De schrijvers droegen bij aan het sociale debat, in brochures, in de literatuur zelf, en in daden.“ (engagement)

      4. Schrijf 600 woorden over literaire autonomie (welke literaire procedés zien wij?) en engagement (waarin komt de schrijver op voor een moreel/maatschappelijk doel?) aan de hand van de gedichten van Beets en Fabriekskinderen. Welke literaire vorm lijkt je meer geschikt voor het schrijven van literatuur met een buitenliteraire doel (geëngageerde literatuur). Waarom?

  • Naturalisme

    • Přečtěte si povídku De kroeg van Leenderts (str. 50 - 62) a Aal Kempers (185 - 196)

    • 1. Lees het artikel over Nederlandse naturalistische roman van Ton Anbeek. Probeer over zijn argumenten en metodologie kritisch na te denken en formuleer twee vragen of kritische opmerkingen op punten in zijn artikel die je problematisch lijken. Geef duidelijk aan waarop je in zijn tekst verwijst. 

      2. Lees de twee korte verhalen van Frans Netscher. 

      3. Schrijf 500 woorden waar je op een vergelijkbare manier als Anbeek aan het einde van zijn artikel (onder De zin van deze kenmerkenreeks) de korte verhalen van Netscher bespreekt in verband met de zeven kenmerken van een naturalistische roman. Kies de kenmerken die je het meest relevant lijken voor de bespreking van de korte verhalen. Probeer een samenhangende tekst te schrijven, niet een opsomming van kenmerken en citaten. Probeer je eigen conclusies te trekken over de aan/afwezigheid van de kenmerken in de korte verhalen. 

  • Realisme: Max Havelaar

    • Dit is een paar pagina's met de interpretatie van Max Havelaar. Ik raad jullie aan om dit eerst te lezen voordat jullie met Max Havelaar beginnen. Het roman heeft een ingewikkelde vertelstructuur die ik hier een beetje probeer weer te geven: Ik-verteller in de eerste 4 hoodfstukken is Batavus Droogstoppel. Daarna put vanaf hoofdstuk 5 - 9, 11 - 16 en 18 - 20 Ernest Stern uit Sjaalmans pak, terwijl Frits op de taal past en Marie overschrijft (de kinderen van Droogstoppel). Binnen de vertelling van Stern (er-vorm) komen wij in hoofdstuk 17 tot een zelfstandige verhaal van Saïdjah en Adinda, en tegen het einde van hoofdstuk 20 neemt Multatuli zelf zijn pen op om zijn roman van een "nawoord" te voorzien. 

      Dit schrijf ik hier zodat jullie je in de tekst beter kunnen oriënteren. De interpretatie van Vaessens zou dit ook moeten verhelpen.

      Als opdracht verwacht ik van jullie 600 woorden van interpretatie van de roman waarin jullie de volgende vragen beantwoorden: Welke kenmerken van een realistische roman heeft Max Havelaar en wat is er experimenteel aan? Hoe breekt de roman met de realistische conventies? Wat leren wij van de roman over de kracht van literatuur? Wat kan literatuur allemaal doen en waar zien wij dat? (Wees specifiek en citeer waar mogelijk.)

  • Voororloogse proza

    • Přečtěte si kapitolu 1, 2, 4, 11 a 14.

    • Lees De uitvreter en de hoofdstukken uit Pijpelijntjes. 

      1. Herlees nog even de artikel van Anbeek - sommige van de kenmerken van naturalistische roman helpen de stijl van Pijpelijntjes uit te leggen. Bespreek de relevante kenmerken in verband met de stijl van Pijpelijntjes. Is de roman goed leesbaar? Waarom wel/niet? Kunnen wij dus Pijpelijntjes als een naturalistische roman beschowen? Waarom wel/niet? 

      2. In welke opzicht is De uitvreter een kort verhaal dat een spiegel houdt voor de maatschappij? Waarin is de roman kritisch tegen de burgerklasse? Waarin verzet zich Japi tegen de regels van de toenmalige samenleving? Waarin spelen de personages volgens de regels van het spel van de burgermaatschappij? 

      Ik verwacht weer een opdracht van 600 woorden

  • Modernisme - Carry van Bruggen

  • Streekroman

    • Lees de volgende passages uit Dorp aan de rivier: 

      hoofdstuk 1

      p. 48 - 65

      p. 100 - 123

      p. 164 - 176 (het gaat om de nummers die in het bestand bovenaan op de pagina's staan)

    • Uit de gekozen uittreksels van de roman (in dezelfde volgorde als ze hierboven staan) kies acht van de meest geschikte citaten (twee citaten per vraag). Schrijf aan de hand van de twee citaten een commentaar van 200 woorden bij elke vraag als antwoord op de volgende vragen. 

      1. Op welke manier leidt de verteller ons in in deze wereld van het dorp aan de Maas? Wat voor een wereld is dat? Op welke manier zien wij in het eerste hoofdstuk het streekgebondene, het regionale en het volkse? 

      2. Bespreek aan de hand van deze passage de dichotomie barbarij vs beschaving. Beschouw je het gedrag van dokter Tjerd van Taeke als barbaars of beschaafd? 

      3. Hoe wordt de dokter in deze pasage aan de hand van zijn gedrag en beslissingen gekarakteriseerd? 

      4. Op welke manier zien wij de thema's van barbarij en beschaving weer opduiken in deze passage? Vergelijk barbaarse en beschaafde trekken bij dokter Rits en bij dokter van Taeke

  • Téma 17

  • Téma 18

  • Téma 19

  • Téma 20

  • Téma 21

  • Téma 22

  • Téma 23

  • Téma 24

  • Téma 25

  • Téma 26

  • Téma 27

  • Téma 28

  • Téma 29